[box type=”info”]bron: VOOK, Vereniging van Ouders van een Overleden Kind[/box]

…Hoewel ieder verhaal over de dood van een kind uniek is, en hoewel iedere situatie rond het overlijden van een kind dat eveneens is, las ik het boek toch met veel herkenning. De moeite die je hebt met het gedrag van sommige artsen en verpleegkundigen, hoe ze je werkelijk tot wanhoop kunnen drijven, de last die je kunt hebben van omstandigheden die op zichzelf niets met de dood van je kind te maken hebben, zoals de verbouwing van het huis van Britt en Paula, de collega’s waarmee je weer gewoon aan het werk gaat alsof er niets gebeurd is, het zijn allemaal dingen die voor bijna iedere ouder die een kind verliest heel herkenbaar zijn.

Maar Diep gaat niet alleen over het korte leven en de dood van David. Het gaat ook over de vraag of en wanneer en door wie er opnieuw een kind gebaard gaat worden. Situaties die in een uiteraard toch al niet al te stabiele situatie na het overlijden van een kind, in een lesbische relatie nog moeilijker zijn dan in de omstandigheden waarin een man en een vrouw samen besluiten, zonder tussenkomst van k.i.d. opnieuw zwanger te worden. De bureaucratie, zelfs over dit soort zaken, is tot in de spreekkamer van het ziekenhuis waar te nemen. Terecht maken beide moeders zich daar heel boos om. 
Herkenning was er ook bij de opmerking van Paula die een sms-je krijgt van vriendin Babet met de boodschap (blz. 141):

“Jullie zijn toch nog wel steeds bij elkaar? Laat je niet kisten door de dood hoor”, waarop Paula stelt:  “Babet heeft laatst iets gelezen in zo’n modieus vrouwenblaadje over het hoge aantal echtscheidingen na de dood van een kind.”
“Ik snap wel dat mensen in deze situatie uit elkaar kunnen groeien,” zeg ik.
Paula schrikt. “Dat meen je niet.”

Jammer dat dit soort veronderstellingen ook in dit boek voorkomen. Het is een hardnekkige boodschap die steeds verspreid wordt; als je je kind verliest loop je grote kans dat je relatie ook op de klippen loopt. Onderzoek dat naar dit fenomeen gedaan is heeft de waarheid van deze stelling in ieder geval niet bevestigd. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je leven na de dood van je kind geen enorme dutsen en deuken oploopt. Dat er vragen naar boven komen waar je met de beste wil van de wereld ook samen geen antwoord op vindt. 
Zoals ook op diezelfde bladzij waar Britt vertelt over de mate van verdriet en over de manier waarop ieder mens rouwt. Mannen zouden dat wel eens anders kunnen doen dan vrouwen en daarom is een lesbische relatie misschien toch gemakkelijker?

Persoonlijk heb ik moeite met het vergelijken van rouw. Wat is erger en wat is gemakkelijker te dragen? Gemakkelijker of moeilijker bestaat in deze context niet. Je eigen rouw, zeker als het om het verlies van een kind gaat, is de allerergste rouw. Dat is wat jou overkomt en waar jij de verschrikkelijke pijn van voelt. Je partner, man, vrouw, voelt voor zichzelf precies diezelfde pijn, die rauwe rouw. Daarom is rouwen zo’n verschrikkelijk eenzame bezigheid. En tegelijkertijd kun je elkaar zo enorm goed begrijpen omdat je precies de pijn van de ander voelt. Dat is veiligheid en geborgenheid die je bij elkaar zoekt en die nieuwe zin aan het leven kan geven.
Dat doen Britt en Paula ook. Goed voor elkaar zijn en zorg om elkaar hebben maar ook het leven en werk weer oppakken. Het is heel goed dat ook dat beschreven wordt. Het leven dat je leefde, houdt op te bestaan, wordt nooit meer hetzelfde als voor het tijdstip dat je kind overleed, maar het is wel mogelijk een nieuwe start te maken…