De Zenuwsloper

Sylia de Graaf, roman de zenuwsloper, eerste exemplaar

Auteur met eerste exemplaar, Loosdrechtse Plassen, 2009

Veel mensen lopen rond met een geheim. Sommigen maken iemand er deelgenoot van – en daarmee ook lotgenoot. Ik heb in mijn omgeving gezien hoe zwaar het kan zijn om iemands geheim met je mee te dragen. Vooral als het een belofte tot geheimhouding aan je moeder betreft, die weet dat ze kan rekenen op je liefde en loyaliteit. Zo’n belofte kan verstrekkende gevolgen hebben. Dit gegeven werd het uitgangspunt voor De zenuwsloper. Een titel die zowel letterlijk als figuurlijk moet worden gelezen.

Goed, ik zal duidelijk zijn. En eerlijk, want dat verdien je.’ Een diepe zucht. ‘Het is me nog niet helemaal gelukt om haar aan de kant te zetten.’ Johan wachtte even op Ella’s reactie, maar die kwam niet.
‘Maar ik bén aan het afbouwen,’ sprak hij veelbelovend. ‘Ik heb alleen meer tijd nodig om me van haar los te maken en jou terug te vinden.’
‘Lul!’ riep Ella uit. ‘Hufter, viezerik, klootzak!’
‘Ella, de buren…’ waarschuwde Johan.
‘Wat kunnen mij de buren schelen.’ Achter beide schuttingen werd gegniffeld.

Recensies

Recensie NDB/Biblion

De ziekte van haar moeder laat zijn sporen na in het leven van een vrouw. De schrijfster, radionieuwslezer en tekstredacteur, schreef eerder met haar echtgenote Inge Diepman over de dood van een kind de ontroerende roman ‘Diep’ (2007). De Graaf beschrijft in deze nieuwe roman, haar solo-debuut, hoe het leven van de hoofdpersoon Ella uit [...]

Recensie VrouwenThrillers.nl

Elisabeth – Ella – Berkhout groeit op bij twee streng gelovige ouders waarvan de moeder eigenlijk continu op een chronisch ziekbed bivakkeert. Vader Gerard leent zichzelf voor liefdadigheidswerk ten bate van de kerk en de zorg voor moeder Anneke komt, naast haar kantoorbaan en studie, jarenlang grotendeels neer op de schouders van de inmiddels bijna [...]


2 Fragmenten

Het was bijna donker in de slaapkamer. Ella had de zware gordijnen een klein stukje opengedaan, zodat er nog wat licht in de kamer kon komen. Boven de Kleine Plas hing de grote, volle maan. Hij verlichtte alleen het leven buiten dit huis, zijn hulp binnen beperkte zich tot die ene streep. Genoeg om haar de kan met water te laten vinden. Ze stak een rietje in een glas, tilde het hoofd van haar moeder aan de achterkant een beetje op en stopte het rietje tussen haar lippen. Het water werd gulzig opgedronken.

Zelf smachtte Ella naar een glas cola. Na het eten was ze niet meer aan zichzelf toegekomen. Haar vader was direct na de maaltijd naar boven gegaan om bij zijn Anneke te zitten, had vervolgens zijn nette pak aangetrokken en was weggegaan. Ella had hem boven afgelost, nadat ze de tafel had afgeruimd en de vaat op het aanrecht had gezet. Die moest ze straks maar wegwerken. Het was nu doodstil in huis.
‘Pa is naar de kerkenraad,’ fluisterde ze. Een aanzwellend gekreun was de reactie. Na een paar minuten klonk een korte, gierende uithaal. De stilte keerde terug, of er niets gebeurd was”.

Ella keek naar buiten, de uitgestorven straat in. Links en rechts had de gemeente bielzen bloembakken geplaatst om automobilisten die na het nemen van een drempel weer vaart wilden gaan maken, onmiddellijk te ontmoedigen. De kinderen moesten veilig op straat kunnen spelen, stoepen waren er niet. Maar de buurtkinderen waren in hun achtertuintjes of op bezoek bij opa en oma.

Jammer dat Marloes geen opa en oma heeft bij wie ze spontaan kan binnenvallen, dacht Ella. Voor Johans ouders moeten we naar Frankrijk, voor mijn ouders naar het kerkhof. Kon ik maar één keer, mét mijn kind, terug naar mijn ouderlijk huis. Ik zou de luiken opengooien en Marloes laten genieten van het zonlicht dat ons eigen nieuwbouwhuis niet binnenlaat. Ik zou haar de liefde uit mijn jeugd laten voelen, die ondanks de zorgen altijd aanwezig was. Ik zou met haar bij de haard gaan zitten, zo veel behaaglijker dan centrale verwarming, en haar vertellen dat dit de soort warmte is die ouders naar elkaar horen uit te stralen”.