‘Het schrijven van dit boek moet toch ontzettend zwaar voor jullie geweest zijn,’ is een reactie die we de laatste tijd verschillende keren hebben gehoord. Sommige vrienden, kennissen en interviewers veronderstelden dat wij op zijn minst in een depressie moeten zijn beland. Anderen zagen het iets zonniger in: ‘Fijn dat jullie het van je af hebben kunnen schrijven.’ Of ze vroegen op een meelevende toon: ‘Het is zeker een verwerkingsboek?’ Dat komt doordat een van de hoofdrollen in Diep wordt vertolkt door David. Een glansrol, kunnen we wel zeggen. En een dubbelrol. Want hij is de zoon van Britt en Paula, maar ook die van ons: de verloren zoon, die op deze manier een klein beetje wordt teruggewonnen. Dat terugwinnen hadden wij niet als doel voor ogen toen wij met ons schrijfwerk begonnen, maar het is wel een mooie bijkomstigheid.

Wij liepen al een tijdje rond met allerlei ideeën voor een roman en kwamen tot de conclusie dat Davids verhaal als eerste in aanmerking kwam om verteld te worden. Een verhaal dat al eerder uit Inge haar mond werd opgetekend door journalisten: op hún manier en op basis van hún vragen en selectie. Wij hebben de macht gegrepen. Zodat we zelf konden bepalen wat en hoe. 
Britt, Paula en Ingeborg gaan op hun eigen manier om met de heftige emoties waarmee wij een paar jaar geleden geconfronteerd werden. Zelf zijn we – godzijdank – een aantal stappen verder dan zij. Hadden we dit boek kort na de dood van onze zoon geschreven, dan hadden we niet met enige afstand én ironie naar onze hoofdpersonen kunnen kijken. De behoefte was in dat geval inderdaad groot geweest om alle verdriet en boosheid van ons af te schrijven. En voor verdriet bestaat nog wel enig begrip. Maar boosheid?

Britt en Paula hebben, ruim een jaar na de dood van David, een reden om maar eens een bezoek te brengen aan een rouwtherapeute. Ze komen terecht bij Angela. Die beschikt weliswaar over een doos tissues, een waxinelichtje en een wekker, maar het ontbreekt haar aan mensenkennis en tact. In het gesprek laat Angela de toch al sceptische Paula vrijwel links liggen en ze richt al haar aandacht op Britt.

De therapeute draait haar stoel nu helemaal mijn kant op. Dit bevalt me niet, dus ik vervolg: ‘En het zal Paula ook goed doen. Zij heeft minstens zoveel verdriet als ik.’

Over haar schouder kijkt Angela naar Paula en ze vraagt pinnig: ‘Wat voel jíj dan precies?’

‘Woede,’ antwoordt Paula onmiddellijk. ‘Ik ben nog steeds ontzettend kwaad over Davids dood.’

‘Na ruim een jaar?’ Blijkbaar heeft de therapeute dat ergens genoteerd toen ik haar belde. Ze pakt een boek van haar bureau en begint erin te bladeren. Dan schudt ze misprijzend haar hoofd. ‘Als je nu nog boos bent, loop je wel erg achter in het rouwproces.’

Britt en Paula gaan na dit “intakegesprek” niet meer terug naar Angela. Ze zullen deze foute ervaring vast een keer kunnen gebruiken voor een roman. Ooit – jaren later. Als het rouwproces ten einde is…